Op een bankje in de Donckse Velden. Even weg van alle drukte.
Hier kwam zij ook graag. Ze kon er uren wandelen. Hij ziet haar weer zo voor zich met haar linnen schoentjes, blauwe spijkerjasje en het kleine bruine tasje om haar schouder.
Hij kan zich veel herinneren van zijn grote liefde: haar gulle lach, haar warme handen, de warme mond, haar armen om hem heen. Hij voelde zich veilig, naadloos een met haar. In alles wat zij deden waren ze in stilte met elkaar verbonden.
Haar liefde voor hem was onvoorwaardelijk en onbaatzuchtig. Ze zou hem volgen, waar hij ook heen zou gaan. Hij wist dat zij hem alle domme dingen die hij deed had vergeven, ook al deden die haar soms pijn. Hij had altijd van haar gehouden en hij hield nog steeds van haar, ook al was ze er niet meer.
Hij zou haar graag wijsmaken dat hij alles goed zou doen als ze nog één dag samen hadden, maar dat was niet waar. Hij zou dezelfde fouten maken, op eentje na dan. Hij zou geen afscheid van haar nemen.
Wat was er gebeurd met al die dingen die hij dacht en voelde, maar verzweeg? Waren zij verworden tot brandstof voor zijn verdriet en spijt?
Het voelde als een kamer zonder muren. Alles was er nog, tastbaar bijna, maar hij kon het nergens neerzetten.
De onuitgesproken gedachten en gevoelens waren niet verdwenen. Ze hadden geen andere eigenaar gekregen. Ze waren gebleven waar ze ontstonden, maar zonder adres om naartoe te gaan.
Of ze brandstof waren geworden voor verdriet en spijt? Misschien deels. Maar brandstof is niet alleen destructief. Het is ook wat iets gaande houdt. Wat maakte dat hij zich haar herinnerde: de handen, de adem, de stilte die vol was.
Spijt bijt, maar liefde bewaart. Het feit dat hij deze woorden nu opschreef, maakte dat ze niet langer uitsluitend verdriet voedden. Ze kregen eindelijk lucht.
Hij vroeg zich af hoe hij kon weten wat zij voelde. Misschien zat het antwoord al in wat hij zeker wist: dat zij hem overal zou volgen, hem alles zou vergeven en hem zou vasthouden zonder voorwaarden. Liefde laat sporen na in gedrag, niet alleen in woorden. Mensen die onvoorwaardelijk liefhebben, doen dat niet in stilte zonder dat het hoorbaar wordt in hun daden.
Hij had niet de wens om perfect te zijn, maar de wens om niet te breken. Misschien was dat ook wat hij nu deed: het afscheid uitstellen door alsnog te zeggen wat toen niet gezegd werd.
Ik krijg het koud en ga weer verder. Mijn zonnebril houd ik nog maar even op.

Plaats een reactie